Kleurmutaties bij de putter

De kweek van kleurmutaties bij de putter heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen.  Twintig jaar geleden was er nauwelijks sprake van. De laatste jaren krijgt een nieuwe mutatie nauwelijks de tijd  om tot een volwaardige verschijning uitgewerkt te worden of er duikt  alweer een nieuwe mutatie op. Het gevolg is dat sommige mutaties na een korte bloeiperiode plots niet meer gekweekt worden en na enkele jaren alweer bijna terug verdwenen zijn. 

Hieronder volgt een opsomming van de meest gekende kleurmutaties met hun vererving.

Bruin (geslachtsgebonden)

 

Dit is waarschijnlijk de eerste mutatie die in onze kweekvolières is verschenen. Bij deze mutatie wordt de zwarte eumelanine vervangen door  bruine eumelanine. Alle zwarte veerpartijen  van deze putter zijn dus vervangen door bruin.

Agaat  (Geslachtsgebonden):

                De volgende mutatie is de agaat. Hier is het de bruine pheomelanine die gedeeltelijk wordt verdrongen. Bij de putter zijn dit de bruine veren op de rug en de bruine "paddestoel" op de borst. Bij de agaat putter is de rug en de borst dus ook lichtbruin tot lichtgrijs. Volgens de laatste bevindingen zou men de naam "agaat" beter vervangen door aganet. Voor de meeste zogenaamde agaten met lichtbruine rug zou dat inderdaad een betere benaming zijn. Volgens mijn bescheiden mening zijn de agaat en de aganet twee verschillende mutaties. De echte agaten met lichtgrijze rug en borst zijn echter nog moeilijk te vinden.

Isabel of bruinagaat (Geslachtsgebonden):

 

Isabel (of beter: bruinagaat) is een combinatie van bruin en agaat. Deze vogel heeft zowel de bruine koptekening als de bruine vleugels (van de bruine)  als de lichtere rug en borsttekening (van de agaat). Vooral de combinatie van de donkere bruine vleugelpennen met de veel lichtere bruine kleur van de rug is schitterend.

Satinet (Geslachtsgebonden):

 

 Bij deze mutatie krijgen we een fel opgebleekte vogel. Alleen op de vleugels en op de kop blijft een lichtbruine kleur over. Alleen het geel van de vleugelspiegels en het rood op de kop blijft ongewijzigd al toont dit laatste toch iets bleker. Onder het rood van een wildkleurige putter zit namelijk ook zwart verborgen. Omdat dit zwart bij de satinet mutatie verdwenen is zal ook het rood minder donker tonen.

Eumo of aminet (Geslachtsgebonden):

Dit is een tussenvorm tussen agaat en satinet. Vandaar de nieuwe benaming aminet. De oude (en feitelijk foute) benaming eumo is echter al zo ingeburgerd dat ze nog moeilijk te veranderen zal zijn. Eigenlijk is de eumo zoals we die kennen bij andere vogelsoorten (zoals de kanarie) een recessieve vererving. De eumo of aminet is lichter van kleur dan de agaat, maar donkerder dan de satinet. De eumo heeft de zwarte vleugelpennen en koptekening behouden al zijn ze minder zwart dan bij de agaat en de wildkleur. De kleur van de rug is bij de eumo poppen meestal lichtbruin, maar bij mannen is ze zelfs nog lichter bruin tot bijna wit.  Het contrast tussen de tamelijk donkere vleugels en koptekening met de bleke rug en borst maakt van deze vogel een schitterende mutatie.  Deze mutatie heeft alle typische kenmerken van de putter behouden zoals het rode masker, de zwarte koptekening en vleugelpennen met de gele spiegel. Gewoonweg schitterend !

Pastel (Geslachtsgebonden):

Deze mutatie verdunt de kleuren in mindere of meerdere mate. Bij felle verdunning ontstaan de zogenaamde grijsvleugels, waarbij de vleugelpennen heel licht grijs opgebleekt zijn. Pastel kan in elke andere kleur ingekweekt worden en veroorzaakt een algemene opbleking.

Agaatpastel en Eumopastel (Geslachtsgebonden)

Dit zijn combinaties  van agaat en eumo met pastel. Bijgaande foto toont de rugzijde van een eumopastel pop.

Bruinpastel en Isabelpastel (Geslachtsgebonden):

Onlangs werden de eerste bruinpastel  putters geboren.  Ook deze mutatiecombinatie is een aanwinst voor de liefhebber van puttermutaties. Het is een blekere versie van de bruine met opgebleekte vleugelpennen.

De isabelpastel (foto) werd niet veel later door gerichte kweekcombinaties gecreëerd. Het verschil met de bruinpastel zit hem in de kleur van de rugdekveren; deze zijn veel lichter en typisch is ook de gele schijn die men daar  kan waarnemen.

Witkop (Recessief):

Bij deze mutatie is de zwarte koptekening  helemaal of soms op een paar zwarte stipjes na verdwenen. Opvallend is ook dat de rug bij de wildkleur witkop meer zwart vertoont. Als je witkop inkweekt bij de agaat en de eumo krijg je vogels met een mooie grijze kleur op de rug. Je kan witkop trouwens in elke bestaande kleur inkweken. Vermits witkop recessief vererft kunnen dus zowel mannen als poppen split zijn voor witkop.

Geel (Dominant):

Het wit van de wildkleur putter is bij deze mutatie vervangen door geel. De gele wildkleur vind ik persoonlijk niet zo spectaculair, maar ingekweekt  in agaat, eumo, witkop en vooral satinet zijn het wel mooie vogels. Het geel kan met elke andere kleur gecombineerd worden.

Opaal (Recessief):

 Bij een normale veer zit de donkerste kleur aan de buitenkant van de veer. Bij de opaal mutatie zit de meeste kleur aan de binnenzijde van de veer. Ook de structuur van de veer verandert. Daardoor valt het licht anders in op de veer en wordt het zwart weergegeven als blauwgrijs. De opaalfactor tast ook de bruine pheomelanine aan zodat de wildkleuropaal putter een veel lichter gekleurde vogel is met een blauwgrijze kleur op de kop, vleugels en staart.

Blauw (Recessief):

Deze mutatie lijkt erg veel op de agaat mutatie. Het bruin is helemaal uit het verenkleed verdwenen en vervangen door helder grijs. Daardoor onderscheidt deze mutatie zich ook van de agaat. De blauwe putter heeft een algemeen helder grijs beeld terwijl er bij de agaat toch altijd een zweem van bruin aanwezig blijft.

Bont (recessief of dominant):

                De vererving van deze mutatie(s) is nog onduidelijk. Uit bepaalde broeduitkomsten zou men kunnen afleiden dat het om een recessieve mutatie gaat terwijl uit andere blijkt dat het een dominante zou zijn. Persoonlijk ben ik van mening dat het om twee verschillende mutatievormen gaat, waarbij de dominante vorm zich onderscheidt van de recessieve door de kleur van de veertjes op de rug. Bij de dominante vorm is de rugzijde zwart terwijl bij de recessieve vorm de rug de natuurlijke bruine kleur min of meer behouden heeft.

Voor het overige komen bij de bonte mutatie in meer of mindere mate witte veren voor. Ook het masker kan bont zijn evenals de hoorndelen zoals snavel, nagels en poten. De zogenaamde witkeel is eigenlijk een bonte.

Wit (zwarte ogen):

Dit is eigenlijk een ver doorgedreven vorm van bont.  Uit twee bonte vogels kan een volledig witte vogel  geboren worden.

Albino (Wit met rode ogen), (recessief):

Deze mutatie wordt nog maar weinig gekweekt. Alle eumelanine en pheomelanine is uit deze mutatie verdwenen. Enkel de gele vetstof kleur in de vleugelpennen en op de borst en het rode masker is behouden.